21 april 2026
Deze pijler maakt deel uit van het Belgische mobiliteitsbudget, waardoor in aanmerking komende werknemers met een bedrijfswagen deze kunnen inruilen voor een elektrische auto. Er rezen veel vragen over de manier waarop het mobiliteitsbudget moet worden berekend voor nieuwe bedrijfswagens of voor de andere pijlers van het budget. Daarom zijn er twee verschillende methoden vastgesteld om deze berekeningen uit te voeren.
Deze pijler biedt de werknemer de mogelijkheid om een privé-bedrijfswagen te behouden, maar hij mag niet langer zomaar elk type voertuig kiezen. Om in aanmerking te komen voor Pijler 1 moet een werknemer al een privé-bedrijfswagen hebben gehad of daar contractueel recht op hebben. Het voor het voertuig toegewezen budget moet gelijk zijn aan of lager zijn dan het vastgestelde mobiliteitsbudget.
Wanneer het mobiliteitsbudget niet toereikend is om de bijbehorende kosten en heffingen te dekken, moet de werknemer het verschil aan de werkgever betalen. Als alternatief kan de werkgever dit verschil als een secundaire arbeidsvoorwaarde aanmerken, waarover dan sociale premies en belastingen verschuldigd zijn.
Als een leasemaatschappij een bedrag terugbetaalt aan de werkgever – bijvoorbeeld omdat het werkelijke aantal kilometers van een milieuvriendelijke bedrijfswagen aanzienlijk lager is dan geraamd – moet het mobiliteitsbudget van de werknemer dienovereenkomstig worden verhoogd. Een eventueel resterend saldo aan het einde van het jaar valt onder Pijler 3 en wordt contant uitbetaald.
Om in aanmerking te komen voor de normen voor emissievrije voertuigen, moet elke auto die in het kader van het mobiliteitsbudget wordt gekocht of geleased , op of na 1 januari 2026 zijn aangeschaft.
Vanaf 1 januari 2026 mogen werknemers alleen nog bedrijfsauto’s kiezen die geen CO₂ uitstoten. Alleen elektrische auto’s zijn toegestaan; hybride, diesel- en benzineauto’s komen niet langer in aanmerking.
Er zijn twee methoden voor het berekenen van de totale eigendomskosten (TCO), een financiële analyse waarmee de kosten voor aanschaf, exploitatie, onderhoud en verwijdering van een bedrijfsmiddel worden vastgesteld. Werkgevers die niet kiezen voor de forfaitaire berekening, zijn verplicht hun berekening uit te voeren op basis van de werkelijke kosten, zoals vastgesteld in het huidige koninklijk besluit.
Hiermee worden de gemiddelde jaarlijkse brutokosten van de bedrijfswagen van de werknemer over de afgelopen 4 jaar berekend (of over de daadwerkelijke gebruiksperiode indien deze korter is). Alleen kosten die zijn opgenomen in de uitputtende lijst van het koninklijk besluit en die zijn vastgelegd in het autobeleid van de onderneming, mogen worden meegerekend.
Dit is de methode waar bedrijven de voorkeur aan geven, omdat ze hierdoor geen gedetailleerde uitgaven hoeven bij te houden, maar in plaats daarvan een vaste formule kunnen gebruiken. Bij de forfaitaire methode wordt de TCO opgesplitst in een vast en een variabel deel.
Het vaste deel is afhankelijk van het type voertuig:
Het variabele deel geldt voor beide gevallen en wordt berekend door het geschatte aantal kilometers (6.000 privé-km + afstand woon-werk x 2 x 200 dagen) te vermenigvuldigen met 30% van de huidige federale kilometervergoeding. Dit deel wordt tot nul teruggebracht als de werknemer geen tank- of oplaadkaart heeft of als de energiekosten al in het vaste deel zijn inbegrepen.
Rekenformules:
Wat is pijler 2 van de mobiliteitsbegroting?
Wat is pijler 3 van de mobiliteitsbegroting?
Wat is een mobiliteitsbudget en hoe kan ik het gebruiken?
Kom ik in aanmerking voor een mobiliteitsbudget?
Wat is het bedrag van mijn mobiliteitsbudget en hoe kan ik het berekenen?
Hoe wordt het mobiliteitsbudget belast?
Ziekteverlof, overbesteding, indexering, het reilen en zeilen van de mobiliteitsbegroting
Welke stappen moet ik ondernemen om van mijn werkgever een mobiliteitsbudget te krijgen?
Stuur ons uw gegevens zodat u zich bij onze vloot kunt aansluiten en kunt profiteren van de voordelen die MyMove te bieden heeft.